Home
Zorg PDF Afdrukken E-mail
Apeldoorn.Rood
vrijdag 25 september 2009 19:39
De AWBZ wordt aangepast. Dat gaat natuurlijk niet van de ene op de andere dag. Daarom is er nu een overgangsperiode tussen het oude en het nieuwe stelsel. Dat zo'n overgang heel wat haken en ogen heeft voor de uitvoerenden in de zorg, beseffen bestuurders en ambtenaren vaak niet is het gevoelen van Bert Blaauw, directeur van De Goede Zorg in Apeldoorn. Hij pleit voor meer duidelijkheid en standaardisatie. "De vragen die ik stelde aan Bussemaker komen voort uit de praktische situaties waar wij als zorgaanbieder tegenop lopen en waarvan ik ook weet dat wij niet de enige zijn, omdat dat zeker hier in Apeldoorn vrij breed gedragen wordt. Dat zijn deze twee dingen:

Het is lastig dat we nu in de overgangsfase zitten van de modernisering van de AWBZ, waarbij een aantal elementen naar de WMO gaat en een aantal elementen naar de zorgverzekeringswet geschoven wordt. Daardoor ontstaat er een overgangsperiode waarin we voor de AWBZ te maken hebben met het zorgkantoor, voor de WMO met de gemeente en voor de zorgverzekeringswet met de zorgverzekeraar. Wat we graag willen - en dat is ook onze kracht - is dat we integrale zorg aan de cliënt willen leveren. Want de meeste van onze cliënten hebben ook een meervoudige zorgvraag. Die willen dus niet één ding, maar meerdere dingen. Als lokale partij is onze kracht dat wij kleinschalig, integraal die zorg kunnen bieden. Het probleem dat nu is ontstaan, is dat wij met heel veel partijen moeten afstemmen omdat die zelf - dus het zorgkantoor, de gemeente en de zorgverzekeraars -  onderling niks afstemmen. En als het al gebeurt, is dat op een heel abstract niveau. Concreet betekent dit dat als wij extramurale cliënten hebben, zij de persoonlijke verzorging krijgen vanuit de AWBZ, en de huishoudelijke zorg vanuit de WMO. Dat betekent voor ons verschillende systemen met andere financieringen, een ander tijdpad voor het offertetraject en andere voorwaarden waaraan je moet voldoen. Dat is heel lastig Ik begrijp wel dat dit een gevolg is van de overgang, maar wat ik mis is dat er vanuit het ministerie regels zijn dat de verantwoordelijke partijen - zorgkantoor, gemeente en zorgverzekeraars - die bepalen dat er een aantal cruciale zaken in het voortraject onderling worden afgestemd."

Zorgkantoren

Maar wij willen als zorgaanbieders wel graag concreet weten waar we aan toe zijn. Ik zal daar een voorbeeld van geven: het kabinet is van plan de zorgkantoren af te schaffen waardoor de zorgverzekeraars meer verantwoordelijkheden zouden krijgen. Maar er wordt al heel lang over gesproken en de zorgkantoren  zullen in elk geval tot en met 2012 actief blijven. Dus dat is ook weer een onduidelijkheid die nog wel even boven de markt zal hangen. Zorgkantoren weten óók niet waar ze aan toe zijn en kunnen daardoor nauwelijks een lange-termijnbeleid maken."
Het tweede punt is de ingewikkelde mededingingswetgeving .Die wet is volledig op de zorgsector van toepassing. Dat betekent dat een aantal dingen niet mogen maar wat je precies wel en niet mag doen is niet duidelijk. De gemeente wil natuurlijk graag dat aanbieders met elkaar samenwerken in de woonservicegebieden. Maar ja, dat is gebiedsgericht. Je werkt met elkaar samen, soms sluit je andere partijen uit en soms worden er prijsafspraken gemaakt. Dus je moet heel erg oppassen dat je dan niet in de fout gaat in het kader van de mededingingswet. Daar zijn we ook wel alert op maar omdat er zoveel onduidelijkheid is wat wel en wat niet mag zijn veel zorgaanbieders op dit moment kopschuw zijn en geneigd om voor de veilige traditionele oplossingen te kiezen. Daarmee is de mededingingswetgeving nu eigenlijk een rem op innovatie. Mijn oproep aan de staatsecretaris was: zorg er nu voor dat al die onduidelijkheid  zo snel mogelijk en concreet wordt opgelost.

Begrijp me goed; ik heb niks tegen die mededingingswet in de zorg maar deze sector hangt er een beetje tussenin. Aan de ene kant wordt marktwerking nagestreefd en aan de andere kant is er verschrikkelijk veel regulering. Aan de ene kant moet je dus aan heel veel regels voldoen en kun je daardoor dus niet of nauwelijks ondernemen en aan de andere kant wordt je wel als ondernemer beoordeeld. Het is dus een beetje ‘vlees noch vis' Als je dan ziet dat 7% van de zorgaanbieders de NMA (Nederlandse Mededinging Autoriteit) al op bezoek heeft gehad, waaruit ook een groot aantal veroordelingen zijn voortgevloeid, dan ga je als zorgaanbieder wel heel goed nadenken of je dat risico nog wel kan en wil nemen. Mijn pleidooi naar Bussemaker is dus vooral: maak dingen duidelijk want onduidelijkheid leidt ertoe dat er wordt teruggevallen op traditionele patronen.

Bussemaker gaf aan dat je in de ketensamenwerking -dus daar waar je aanvullende producten aanbiedt - wel heel veel mag maar dat wanneer je dezelfde producten aanbiedt je op moet passen. Dat vind ik - met alle respect - natuurlijk geen oplossing van het probleem want daarmee is niet concreet aangegeven wat nu wel wat niet mag.  Soms is het namelijk wel handig als zorgaanbieders samenwerken, ook al bieden ze dezelfde producten aan. Bijvoorbeeld om meer volume te creëren waardoor ze mee kunnen doen bij een aanbesteding."
Ik zal nog een voorbeeld noemen en dat is kwaliteitskeurmerken. Het zorgkantoor en de gemeen te stellen daar andere  eisen aan en als je niet oppast moet je weer aan verschillende keurmerken voldoen en dat kost weer geld en energie. Als je dat afstemt, bespaar je veel geld, energie en ergernis.

Een  ander voorbeeld is de WMO die in Apeldoorn uitging van een loopjaar van 1 september tot 1 september. Zorgkantoren hanteren echter de periode van 1 januari tot 1 januari

We hebben als instelling heel veel met regeldruk en administratieve processen te maken. Daarbij gaat de verantwoording die we aan het zorgkantoor moeten afleggen over de geleverde zorg, volgens andere systemen dan de verantwoording die we aan de gemeente moeten afleggen over de huishoudelijke zorg in het kader van de WMO. Daar moeten we dus extra investeringen voor doen en dat kost allemaal extra menskracht. Het lijkt me daarom erg voor de hand liggend dat dat soort zaken op landelijk niveau gestandaardiseerd worden."